de afspraak
appointment
noun · /ˈɑfˌspraːk/
Forms
- Article
- de afspraak
- Plural
- de afspraken
- Diminutive
- het afspraakje
- Also means
- arrangement, agreement, understanding, date
- How common
- among the 1,000 most common Dutch words
In a sentence
We hebben een afspraak gemaakt over de verdeling van de taken.
We made an arrangement about the division of tasks.
Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken in een samenwerking.
It's important to make clear agreements in a collaboration.
We hebben een goede afspraak over de leveringstermijn van de goederen.
We have a good understanding about the delivery time of the goods.
Other “de” words
Learn this word properly
Reading a word once is not learning it. Add it to your own list and practise until you can produce it from memory.
